In 2014 verscheen van de hand van Willy Hermans het boek Ondertussen met allerlei wonderlijke verhalen uit de geschiedenis van het WK voetbal.

Lovende recensie voor het boek Ondertussen (verkrijgbaar voor €12,50 in de Boekenkraom)

Arbitraal (Magazine voor scheidsrechters) over Ondertussen:

Vers gras tussen de regels

Geen heden zonder verleden; geen toekomst, zonder verleden. Ik vind het de hoogste tijd voor een stukje geschiedenis. Kijk, het is allemaal leuk en aardig dat jij en ik weten wanneer we een gele of rode kaarten (hadden) moeten trekken. “Ik had er weer een te pakken”, liet een jonge collega zich onlangs triomfantelijk ontvallen. Maar beseft hij en jij wel dat het systeem van gele en rode kaarten pas 45 jaar bestaat? Dat één van de grootste matpartijen op een voetbalveld hiervoor de directe aanleiding was? En dat de bedenker van dit prentenfenomeen de man was die die wedstrijd (Chili – Italië, mei 1962) uit de hand liet lopen? Deze Ken Aston moest onder politie-escorte van het veld en zou nooit meer een WK-duel fluiten. De Engelsman zou zich in zijn graf hebben omgedraaid wanneer hij getuige was geweest van Duitsland – Kameroen (2002) en vooral van de wild-westtaferelen, vier jaar later, tijdens Portugal – Nederland. Het waren de twee WK-duels met de meeste kaarten.

Hoe ik dit allemaal weet? Omdat ik ‘Ondertussen’ heb gelezen, een boek van Willy Hermans boordevol met wonderlijke verhalen uit de geschiedenis van het WK voetbal, van 1930 tot en met 2014. Hij schrijft dat er bij Aston een lampje was gaan branden toen hij zijn auto tot stilstand moest brengen voor een verkeerslichteninstallatie. Over dat eurekamoment in Ondertussen: ‘Ineens wist hij het: geel voor ‘rustig aan’ en rood voor ’stop’. Dat was wat de voetbalsport nodig had.’

Ondertussen eh inmiddels weten we beter: die kaarten zijn niet zaligmakend en slechts een middel. Fluiten is echter een vak en scheidsrechters zijn ook mensen. Maar een aantal arbiters heeft er in het verleden toch echt een potje van gemaakt. Een inschattingsfout van de Rus Pavel Kazakov maakte dat Oranje wél en België niet mocht meedoen aan het WK van 1974. Welshman Clive Thomas mocht er jarenlang met de pet naar gooien, zoals tijdens het EK-duel van ’76 tussen Tsjecho-Slowakije en Nederland. Onze landgenoten Charles Corver en Lau van Ravens maakten het veel minder bont, maar ze zullen niet bepaald tevreden terugkijken op hun WK-optredens. En dan was er nog een anekdote over een arbiter, die niet kwam opdagen. Omdat hij …dood was.

Dit en nog veel meer wordt allesbehalve saai beschreven voor Hermans. Helaas overheersen tal van misstanden: dopingperikelen, al dan niet bewezen omkopingspraktijken, de verruwing op en rondom de velden, de voortschrijdende commercie, etc. Gelukkig heeft hij ook oog voor de schoonheid van het spelletje. En voor een Braziliaanse die in 1989 door het gooien van een fakkel op het veld bijna de uitschakeling van haar land had veroorzaakt maar die er uiteindelijk een baan als pr-agent én een reportage in de Playboy overhield. Verder ontbreken evenmin de oudste speler ooit en de jongste WK-deelnemer aller tijden. Ook is er aandacht voor de drie (verloren) WK-finales van Oranje. Tegenwoordig mogen we al blij en opgelucht zijn wanneer het Nederlands elftal zich alsnog voor de eindronden van het EK van 2016 weet te plaatsen.

Ondertussen – Wonderlijke WK-verhalen 1930-2014

Auteur: W.J.M. Hermans

ISBN: 978-94-92108-01-2

Lovende recensie voor het boek Ondertussen (verkrijgbaar voor €12,50 in de Boekenkraom)

De Ajacied over Ondertussen:

Ajax geboekstaafd, seizoen 2015-2016.

Deel 2: een WK (of EK) kan eigenlijk niet zonder Oranje

Het kan nog, maar o, o wat hebben ‘we’ het ons moeilijk gemaakt. ‘Wij’ hebben plaatsing voor de eindronden van het Europees kampioenschap, volgend jaar in Frankrijk, niet meer in eigen hand. Er ging in de bijna voorbije kwalificatieperiode zoveel mis dat het Nederlands elftal nu vooral afhankelijk is van Turkije.

Oranje hoort eigenlijk op het hoogste Europese én mondiale niveau mee te doen aan een titelstrijd. Hoewel: uniek zou het niet zijn wanneer ‘onze jongens’ thuis moeten blijven. Decennia geleden lag dat onder meer aan de broze relatie tussen KNVB en Ajax. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ‘zij’ tijdens EK’s en WK’s in het verleden ook niet altijd op hun best waren (herinner je ‘1990’ nog?). Hoe het onze nationale ploeg verging tijdens de diverse Europese EK-finales, dat is onder meer te lezen in ‘Geschiedenis van EK voetbal 1960-2008’, dat ik mocht schrijven met Raf Willems. Maar ondertussen werd en wordt – los van de vele landentoernooien die de laatste seizoenen ’s zomers en ’s winters plaatsvinden – ook elke vier jaar gestreden om de worldcup. En hoe!

Willy Hermans wijdt er liefst 138 hoofdstukken aan in zijn ‘Ondertussen/wonderlijke WK-verhalen 1930-2014’. Ga er maar aan staan. Hermans had voor een goedkope, droge opsomming van feiten kunnen kiezen, maar zoiets leest voor geen meter, of je moet snel een antwoord op een quizvraag willen opzoeken. De auteur heeft voor een mooie mix van feit en proza gekozen en laat een aantal thema’s diverse malen voorbijkomen. Zoals: het geweld op en rond de velden, wedstrijden die een onverwachte wending krijgen, scheidsrechters die letterlijk en figuurlijk afwezig zijn, doping, de toewijzing van de organisatie van een toernooi, de commercie en de loting/indeling van het deelnemersveld.

Een beetje voetballiefhebber zal het nodige bekend voorkomen. Maar ooit gehoord van de Braziliaan Leonadis da Silva? Hij werd in 1936 topscorer van het WK, mede door vier treffers in één wedstrijd. Dat was op zich toen al een unicum. Bovendien zou hij die achtste finale, tegen Polen, uitgespeeld hebben op blote voeten en scoorde hij met een zogeheten bicycle kick, die zo perfect was dat scheidsrechter Ivan Eklind het doelpunt bijna had afgekeurd. Dat deze Zweed nog in actie mocht komen, was een gotspe. Bij de vorige WK floot hij zo opzichtig partijdig dat er een hardnekkig gerucht ging dat Eklind was omgekocht. De wereldvoetbalorganisatie liet hem echter ook jaren na dato zijn gang gaan, zoals ze ook tot onbegrip van vriend en vijand – en dan maken we een gigasprong in de tijd – Clive Thomas de hand boven het hoofd hield. De ref uit Wales mocht ongestoord van zijn wedstrijden onemanshows maken, zoals tijdens het WK van ’74. Twee jaar later was hij op zijn best – maar niet heus – tijdens het EK, waarin hij onder meer Tsjechië – Nederland liet ontsporen.

In beide toernooien verzuimde Oranje de favorietenrol waar te maken; in ’78 was er opnieuw ‘slechts’ zilver weggelegd. De equipe met daarin onder anderen de Ajacieden Ruud Krol, Dick Schoenaker, Piet Schrijvers en Wim Suurbier kwam in de finale na onder meer een fantastische vertoning tegen Italië (5-1). Dat duel was qua impact vergelijkbaar met de overwinning met dezelfde cijfers vorig jaar op Spanje.

Eén troost voor de voetballiefhebbers en – chroniqueurs: mocht bondscoach Danny Blind falen in zijn streven de EK van 2016 te bereiken, dan zit daar weer een verhaal in. Het is niet voor niets dat er in ‘Ondertussen’ ook aandacht is voor landenploegen (en/of topspelers) die WK’s hebben moeten missen. Het liefst stort ik me echter op Hermans’ bijdragen over (kwalificatie)wedstrijden met onmogelijke hoge cijfers, over de vliegrampen die slachtoffers maakten onder vaak gerenommeerde voetballers, over spelers die uitgroeiden tot de held van een toernooi, over die Koeweitse sjeik die het voor elkaar kreeg dat een doelpunt werd afgekeurd, over de twee ex-Ajacieden (Piet Hamberg en Leo Beenhakker) die tijdens het WK van 2006 als bondscoach actief waren of over …die Braziliaanse, die in 1989 door het gooien van een fakkel op het veld bijna de uitschakeling van haar land had veroorzaakt maar die er uiteindelijk een baan als pr-agent én een reportage in de Playboy aan overhield. Ook voor de details van deze laatste anekdote verwijs ik je naar het uiterst aangename en informatieve boek van Hermans.

Ondertussen – Wonderlijke WK-verhalen

ISBN: 978-94-92108-01-2